De aarde heeft koorts
27/04/2019
Pilot Omgevingswet een succes
26/05/2019
Show all

Nog nooit heb ik met een persoonlijke blog zoveel views gehad als bij De aarde heeft koorts. Kennelijk maakt deze iets los. Mijn website was zo nu en dan overbelast en ook voor mijzelf onbereikbaar. Uiteraard weet je nooit hoe goed mensen het gelezen hebben, maar op basis van de reacties maak ik op dat velen er van a tot z doorheen zijn gegaan en het op zich hebben laten inwerken. Ik ben blij met de vele positieve reacties, vooral over de twee gidsprincipes.

Er zaten enkele scherpe kantjes aan het verhaal – dat wist ik toen ik het schreef – en enkelen hebben zich daaraan gesneden. Vooral hun reacties benut ik voor dit tweede deel. Ik begin bij klimaatmodellen en de rol van de wetenschap, om te eindigen bij gemeentelijk beleid.

Complexiteit

Waarom schrijf ik blogs? Het heeft te maken overwegingen, vertwijfelingen en inzichten die ik graag met anderen wil delen. Veel weet ik niet. In feite weet ik heel weinig. Ik baad mijzelf in onwetendheid. Toch denk ik dat ik wel wat te melden heb op basis van mijn kennis over complexiteit. Daar ben ik ruim 25 jaar mee bezig, in wetenschap, praktijk, onderwijs en … het ‘gewone’ leven. De complexiteitswetenschap levert een bril waardoorheen je de wereld om je heen op net iets andere wijze waarneemt. Vrijwel al mijn blogs schrijf ik met deze bril op. Uitgangspunt voor mij is dat klimaatverandering complex van aard is, zo ook het gedrag van ons mensen. Alles verandert continu.

Rekenmodellen en hun beperkingen

Ik schreef in mijn vorige blog dat het niet moeilijk is de CO2-sommetjes ter onderbouwing van de klimaatdoelen, onderuit te halen. Sommigen verbaasden zich over deze uitspraak. Toch zijn veel mensen die intensief met klimaatmodellen werken het met mij eens. Ook in publicaties van mensen die actief betrokken zijn bij het IPCC lees ik dat er flinke gaten zitten in de modellen en dat er sprake is van ambiguïteit.

Dat er flinke gaten in zitten, is logisch. Zeker als je door de complexiteitsbril kijkt. Complexe processen voltrekken zich op de grens tussen orde en chaos. Dáár vindt ontwikkeling plaats. De rekenalgoritmes kunnen vaak goed uit de voeten met de orde, echter met chaos weten ze zich geen raad. Daar wordt dan ook met een flinke boog omheen gelopen. Vele voor het klimaat relevante processen blijven op deze wijze buiten beeld. Sowieso sluiten modellen heel veel uit. Ze zijn verre van compleet, mede omdat het onmogelijk is de enorme datahonger van ingewikkelde modellen volledig te stillen.

We spreken over ambiguïteit als we op basis van dezelfde informatie en uitgangspunten tot verschillende conclusies komen, haaks op elkaar. Ook dat is logisch, want complexe processen presenteren zich op paradoxale wijze. In mijn laatste boek besteed ik daar veel aandacht aan. Complexe – lerende en evoluerende – systemen verkeren zich namelijk niet in evenwicht (equilibrium), maar in wat de Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine noemt ver-uit-evenwicht (far from equilibrium). Tegenstrijdige krachten werken continu op elkaar in en dragen bij aan stabiliteit. Kort door de bocht: een paard op vier benen verkeert in een stabiele situatie. Hij blijft overeind dankzij actieve handhaving. Schiet ik het dier dood, dan valt het op de grond, in een statisch evenwicht (equilibrium). Bij natuurlijke processen, ver-uit-evenwicht, is lineaire logica soms ver te zoeken.

Dat de werkelijkheid een beeld laat zien dat veel grilliger is dan modellen aangeven, heeft Niels Bohr geïnspireerd tot de volgende uitspraak: “Voorspellen is lastig, vooral als het de toekomst betreft.” Enige bescheidenheid is dus op zijn plaats. Ik vind het zelf erg belangrijk dat je bij modelstudies eerlijk bent over onzekerheden en niet een waarheid claimt die niet waar te maken is, drie cijfers achter de komma.

Modellen, bestuur en politiek

De rekenmodellen die we hanteren, hebben hun gebreken, maar dat wil niet zeggen dat ze geen waarde hebben. “Ze scherpen onze geest,” zo vertelde mij een oud-collega, een gedreven modelleur. Maar ook niet meer dan dat. Ze helpen ons betere keuzes te maken, maar kunnen ons niet vervangen als het gaat om het maken van die keuzes. Daarvoor hebben we ooit bestuur en politiek geïntroduceerd. Tussen werkelijkheid en wetenschappelijk gefalsificeerde feiten ligt een zee van onzekerheden en het is de taak van bestuurders en politici hierin bakens te plaatsen voor navigatie. Bij het bepalen van de juiste locaties ervan kunnen ze gebruik maken van modelvoorspellingen, maar ze mogen hun verantwoordelijkheid er niet op afschuiven. Ze kunnen gebruik maken van wetenschappelijke feiten om tot goed beleid te komen, echter ze mogen zich er niet achter verschuilen. Goede bestuurders en politici laten ook het hart spreken.

Hier heb ik wel een zorg. En met mij velen. We zien een tendens om beleidskeuzes volledig te baseren op wetenschappelijke studies. Gevolg is dat complexiteitsreducties van modellen één op één doorwerken in het gevoerde beleid. Zelfs verkiezingsprogramma’s worden met modellen doorgerekend. Daarmee wordt mijns inziens een grens overschreden. Als overheid word je er kwetsbaar door. Zeer kwetsbaar, want elke aanval op modelstudies is dan onverbiddelijk een aanval op beleid. Je schiet in een kramp waarbij elk kritisch geluid wordt gezien als een ondermijning van het beleid. De overheid verliest hierdoor haar openheid en werpt zich op als een vesting van onweerlegbaar gelijk, communicerend met de buitenwereld via subsidies, vergunningen en interactieve beleids- en planprocessen. Er ontstaat afstand.

Klimaatsceptici

Als het gaat om de modelberekeningen rond klimaatverandering en de maatregelen die we nemen om de uitstoot van CO2 te reduceren, hoor ik veel kritische geluiden. De mensen die gaten schieten in het beleid kun je volgens mij opdelen in twee groepen. De eerste groep wordt ingehuurd door oliemaatschappijen of spelen in op populistische signalen en hebben puur als doel de ernst van de aantasting van systeem aarde te bagatelliseren. Volgens mij kun je hen door het toilet spoelen, want ze voegen niets toe. Echter, er zijn ook mensen die kritiek leveren op basis van een terechte zorg. Zij vormen de tweede groep. Ik vind het van belang met hen het gesprek aan te gaan, want door kritiek serieus te nemen, word je zelf sterker. Dat is ook het principe van wetenschap: houd elkaar scherp. Stel jezelf kwetsbaar op.

Toch gebeurt dat te weinig. In de tijd dat ik milieu-ethiek doceerde aan DTU, de technische universiteit van Denemarken, was Bjørn Lomborg erg actief. Met zijn speeches beïnvloedde hij politici. Hij staat te boek als een klimaatscepticus en stelde dat je voor een goed klimaat beter kunt investeren in het helpen van arme mensen in ontwikkelingslanden dan in Deense windmolenparken. Tijdens een vergadering van de milieuafdeling van DTU floepte ik er eens uit: “Tsja, die man heeft wel een punt.” Vele boze gezichten staarden mij aan, alsof ik Adolf Hitler geprezen had.

Ik snap het wel. Onze afdeling deed veel onderzoek naar klimaatverandering en was op veel fronten toonaangevend. Collega’s schreven mee aan de IPCC rapporten. DTU had als universiteit een hoge ranking op milieugebied, welke in stand moest worden gehouden. Dat betekende: actiever worden in Europese projecten, veel promovendi aantrekken en het aantal publicaties in bladen van belang opkrikken. Ook werden er destijds voorbereidingen getroffen voor een grote klimaatconferentie in Kopenhagen. Dan is een man als Bjørn Lomborg een stoorzender. Men wendde het hoofd af. Immers, hij was geen echte wetenschapper.

Ik leerde mijn studenten dat ze niets voor zoete koek moesten slikken en altijd kritisch moesten blijven nadenken. Ze ontdekten dat er vele filosofen met overtuigende redeneringen zijn. Alle stromingen in de ethiek hebben wel iets aantrekkelijks in zich. Toch kunnen ze qua opvattingen over ons handelen haaks op elkaar staan. Heerlijk vond ik het om met hen te praten over bijvoorbeeld ecofeminisme. Mijn collega Peter Steen Mikkelsen vertelde hun alles over onzekerheden en onwetendheden bij modellenstudies. We meden lineaire snelwegen en verkenden kronkelende zijpaden door het landschap van het menselijke vernuft. Inspirerend. Deze dynamiek in de collegezalen, met studenten die fris tegen maatschappelijke vraagstukken aankeken en uit alle hoeken van de wereld kwamen, mag wat mij betreft wel wat meer in wetenschappelijke projecten terugkomen.

Waarom we het oneens zijn over klimaatverandering

Op advies van een vriendin ben ik nu het boek van prof. Mike Hulme aan het lezen. Hij is een klimaatdeskundige van het eerste uur. Het boek heeft als titel Why we disagree about climate change. Ik ben net begonnen, maar merk dat hij een kern raakt. Ook al onderschrijven we volledig de conclusies van het IPCC over de te verwachten fysische veranderingen op aarde, mensen hebben verschillende opvattingen over wat het voor hen betekent en gaat betekenen. Mensen framen het klimaatvraagstuk op verschillende wijzen en zijn het oneens over te nemen maatregelen. Hij schrijft: “If we are to understand climate change and use it constructively in our politics, we must first hear and understand these discordant voices, these multifarious human beliefs, values, attitudes, aspirations and behaviours.”

Twaalf aspecten (vrij naar de Aspectenleer van Herman Dooyeweerd, 1935)

Zelf hanteer ik regelmatig de aspecten van Dooyeweerd (zie plaatje hierboven). In alle processen komen deze aspecten in het spel. Ze zijn geordend van laag (fysisch) naar hoog (moreel). Het onderzoek naar klimaatverandering richt zich vooral op de fysische, chemische en biotische aspecten. Echter, als we ermee aan de slag gaan, worden deze verweven met alle andere aspecten. Bijvoorbeeld: wat zijn de sociaaleconomische gevolgen van klimaatverandering en de maatregelen die we nemen? Of: hoe verankeren we het juridisch? Ook: kunnen we de maatregelen zo nemen dat voor iedereen kwaliteit van leven toeneemt? De veelomvattendheid van het vraagstuk neemt hierdoor toe. U kunt zich dan afvragen: wordt het zo niet erg complex? Het antwoord is: ja. Mijn stelling is dat mensen in de praktijk beter kunnen omgaan met de complexiteit van het werkelijke leven dan met de ingewikkeldheid waarmee deze wordt onderdrukt en ingepakt.

Bakens

In mijn vorige blog heb ik twee gidsprincipes geformuleerd, vooral omdat ik mij zorgen maak over de snel afnemende biodiversiteit en de toenemende kloof tussen arm en rijk. Met een gidsprincipe weef je een draad door de verschillende aspecten en geef je een richting aan door de zee van onzekerheden. Er liggen keuzes in vervat. Het zijn de bakens waarover ik het had aan het begin van deze blog. Ze zijn niet waar of onwaar, maar hebben wel waarde, vooral voor hen die verder willen. Van bestuurders en politici verlangen ze het volgende:

  • Lef om de bakens te plaatsen;
  • Lef om bakens na verloop van tijd te verplaatsen.

Het plaatsen ervan vraagt om lef, omdat ze wetenschappelijke feiten ontstijgen. Aristoteles sprak over een koers van dapperheid, tussen lafheid en overmoed in. Geen appeltje eitje. Ook voor het verplaatsen van bakens moet je stevig in je schoenen staan, want de wereld verandert continu en op een gegeven moment merk je dat de vaargeul zich heeft verlegd. Het spel van plaatsen en verplaatsen van bakens – gidsprincipes – noemen van adaptief beleid.

Gemeentelijke politiek

Als ik naar onze eigen gemeente kijk, zit de klimaatadaptatie in het rioleringsplan (vGRP), de energietransitie vooral bij de provincie en in de starnotitie voor duurzaamheid, zijn we voor biodiversiteit een apart traject gestart en wordt een begrip als armoede opgepakt in het sociale domein. Het is dus aardig versnipperd. Daar komt verandering in, als de Omgevingswet in werking treedt. Er komt dan meer op het bordje van gemeenten te liggen. Als gemeente moeten we een eigen Omgevingsvisie opstellen. Op basis van het voorafgaande kom ik met drie aanbevelingen:

  • Probeer wetenschappelijke studies en landelijke beleidsconcepten niet te vertalen naar onze gemeente, maar begin met zoals Mike Hulme het formuleert: te luisteren naar tegenstijdige geluiden, de veelsoortige geloven, waarden, houdingen, aspiraties en gedragingen, van onze eigen inwoners.
  • Ga daarna kijken in hoeverre wetenschappelijke studies en landelijke beleidsconcepten ons verder kunnen helpen.
  • Toon lef en formuleer gidsprincipes (bakens) waarmee we mensen door alle geledingen heen verder helpen. Kortom: trek als bestuurders en politici verantwoordelijkheden naar je toe en maak keuzes.

Holografisch effect

Als we kijken naar het vraagstuk van klimaatverandering, hoor je mensen zeggen: “Dat is toch een mondiaal probleem? Daar kan ik toch niets aan bijdragen?” Wie met de complexiteitsbril op naar de materie kijkt, komt tot een andere opvatting. Complexe processen zijn namelijk holografisch. Wie een hologram kapotsmijt, ziet in elke scherf een afbeelding van het geheel. De essentie is: richt je op je eigen scherf en neem daar de acties die recht doen aan een goede toekomst van onze aarde. Zo simpel is het. In Werkplaatsen en in de pilot Omgevingswet richten we ons dan ook op kleine, lokale en concrete projecten. Daarmee maak je meters.

Het meest symbolisch in mijn ogen is het principe van “tegel eruit, plant erin”. Je lost daarmee niet de kap van regenwouden op – afgelopen jaar een oppervlak groter dan België – maar je draagt wel in positieve zin bij. Alles is met alles verbonden en hoe meer mensen met respect handelen naar hun eigen leefomgeving, hoe sterker dat doorwerkt naar andere uithoeken van de wereld.

Een flinke tijd geleden – we woonden nog in Deventer – keken Aukje en ik op tv naar een interview met prof. P.C Kuiper, hoogleraar psychiatrie. Hem werd de vraag gesteld: wat is de zin van het leven? Hij gaf als antwoord: “Help één iemand, en je weet het.” We luisterden met open monden. In mijn ogen raakte hij hiermee de kern van wat we kunnen betekenen in onze complexe samenleving. Het is oh zo fundamenteel, en toch kun je het niet uitrekenen met klimaatmodellen.

Govert
Govert
Opleiding: TU Delft Civiele Techniek en promotie aan Universiteit Twente. Hij heeft eigen bureau: Geldof c.s., gevestigd in Tzum. In 2019 is zijn boek verschenen over "Complexiteit en de waarde van praktijkkennis" bij Uitgeverij Elikser.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *