Onnadenkendheid belangrijkste faalmechanisme
05/05/2017
Dappere Duitsers
20/05/2017
Show all

Kringlooplandbouw

Veldbezoek, wandelend door weiden met veelsoortige planten en broedende weidevogels.

Wat een verrukkelijke karnemelk! Volle smaak, met een bouquet van duurzaamheid en een liefderijke afdronk. Dat was een ervaring met één van de producten van Buurvrouw Durkje. Ik proefde het leven.

Met de werkgroep Landbouw, voedsel en biodiversiteit van D66 bezochten we op 12 mei drie bedrijven in Fryslân die duurzaamheid en gezondheid hoog in het vaandel hebben staan. Tjeerd de Groot, Tweede Kamerlid met landbouw in zijn portefeuille, had zich ook gevoegd bij onze groep, tezamen met enkele lokale politici. Er staat namelijk nogal wat op het spel en we willen niet met de handen in de zakken toekijken naar wat zich voltrekt. Veel boeren staan met de rug tegen de muur. Ze werken zich te pletter, maar profiteren daar nauwelijks van. “Het is vaak sabbelen op een houtje,” zo vertelde een buurmanboer mij. Ondertussen verschralen bodem, landschap en natuur. Vooral de grutto heeft het moeilijk. Hoe geven we vorm aan kringlooplandbouw, met een gezond verdienmodel? Die vraag stond centraal. De belangrijkste misvatting is, zo hebben we geleerd op 12 mei, dat je als boer meer melk moet produceren om meer inkomen te hebben. Een les die onze ogen heeft geopend, waardoor we nieuwe toekomstperspectieven zijn gaan zien.

Jaring Brunia en zijn koeien, op gezonde bodem.

Drie bedrijven

We zijn geweest bij Boer Brunia nabij Raerd, Us Hof permacultuur zelfoogsttuin in Sibrandabuorren en Buurvrouw Durkje in Vegelinsoord. Onvoorstelbaar wat mensen met gepassioneerde koppigheid kunnen bereiken. Het zijn drie verschillende bedrijven met een duidelijk herkenbare gemeenschappelijke filosofie. Als je van de natuur wilt leren in plaats van haar de wet te willen voorschrijven, beloont zij jou. Dat is de rode draad. De bodem is natuur, koeien zijn natuur en de mens is natuur. Als ze elkaar vinden en respecteren, ontstaat er iets dat echt de moeite waard is. Bovendien, de karnemelk smaakt veel beter dan de verzuurde ondermelk die in de schappen van de supermarkten staat. Waarom zou je als boer amper € 0,30 voor een liter melk willen hebben als je € 1,20 kunt beuren?

Van wezenlijk belang voor de politiek is dat deze drie ondernemers vol overgave werken aan duurzaamheid, een gezonde bodem en de vermindering van uitstoot van schadelijke stoffen, maar keer op keer worden tegengewerkt door Europese en nationale regels die hetzelfde beogen. Er is sprake van een enorme weeffout! Merkwaardig is ook dat boeren oude landschappen straffeloos mogen gladstrijken, terwijl voor herstel van landschappelijke structuren een vergunning nodig is.

Aan tafel bij Us Hof in Sibrandabuorren, met eerlijk eten.

Het willen temmen van complexiteit?

Wat deze ondernemers doen is complex en wat je merkt is dat ze op vele fronten te maken krijgen met het monster van de ingewikkeldheid. Dit patroon zie je bij alle innovaties. De kern van het probleem is dat er mensen zijn – niet zelden ambtenaren, bestuurders en politici – die een hekel hebben aan complexiteit, want deze vertoont onvoorspelbaar (natuurlijk) gedrag. Ze construeren regels en protocollen om mogelijk ongewenst en onbeheersbaar gedrag te beteugelen. Daar liggen goede bedoelingen aan ten grondslag, vermoed ik. Echter, complexe vraagstukken kun je niet beteugelen. Het temmen van complexiteit is als het kneden van water. Het springt alle kanten uit en het gaat niet zoals men verwachtte dat het zou gaan. Dus moeten er nieuwe regels en protocollen komen, stelt men, om gaten te dichten. Wederom manifesteren zich ongewenste bijeffecten. In een proces à la tovenaarsleerling wordt het uiteindelijk allemaal zo ingewikkeld dat alleen gespecialiseerde juristen de weg weten te vinden. Ondernemers zoals die we op 12 mei hebben gesproken worden daar de dupe van. Toch slaan ze zich door die ingewikkeldheid heen en ontwikkelen ze bedrijven met een gezonde economische basis. Ik kan daar niets anders dan waardering voor hebben.

De vraag is dan: wat kan de politiek doen? Er moet iets veranderen. In het huidige behoudende regime van lofzang op de schaalvergroting wordt de boeren verteld dat ze beter af zijn, terwijl de werkelijkheid leert dat ze naar de rand van de afgrond worden gedrukt en in de tang worden gehouden met subsidies. De filosoof Stephen Toulmin stelde ooit begin jaren ’90: “Met neergeslagen ogen schuiven we achterwaarts het nieuwe Millennium binnen.” Dat beeld is wat betreft landbouw nog niet echt veranderd. Het heeft iets tragisch in zich, terwijl het anders kan, zo bleek 12 mei.

Kringlooplandbouw krijgt vorm op drie niveaus.

Het omarmen van complexiteit

Wat is de oplossing? Dat we accepteren dat complexe vraagstukken complex zijn. Dat klinkt als een open deur, maar is het niet. Integendeel. Er is nog steeds bij velen een verwachting dat je met generieke regels het geheel op gewenste wijze kunt ordenen… en dat is een illusie. De eerste stap is te accepteren dat volledige beheersing van casus landbouw onmogelijk en ongewenst is. Dat betekent dat we als overheid de complexiteit – het leven, de natuur – niet moeten bestrijden, maar ervan moeten leren om op subtiele wijze interventies uit te voeren, net als de drie ondernemers. Complexiteit is niet-lineair en de grootste kracht iets te veranderen zit in het kleine, het marginale… daar waar essenties worden geraakt.

Boven geplaatste figuur reikt een denkraam aan. Ik ga deze hier kort behandelen. Wie meer wil weten kan bijvoorbeeld het Narratief Bodem en Water  lezen (vanaf bladzijde 69). Je ziet in de figuur drie schaalniveaus: micro, meso en macro. Micro is specifiek, macro generiek en meso zit daartussenin. Bij eenvoudig te beheersen (lineaire) processen kun je volstaan met micro- en macroniveau. Je stelt generieke regels op die ervoor zorgen dat het geheel zich zo gedraagt als jij graag wilt. Bijvoorbeeld, voor nieuwbouwhuizen introduceer je als rijksoverheid een isolatienorm van Rc = 5. Daarna past iedereen deze toe. Echter als het complex wordt, is het noodzakelijk een mesoniveau te introduceren. Op mesoniveau ontmoeten micro en macro elkaar en treffen we mogelijkheden aan complexiteit hanteerbaar te maken.

De bedrijven die we hebben bezocht zijn actief in de echte wereld, daar waar mensen met de voeten in de klei staan, of het veen. Dat is het microniveau: de leefwereld. Iedereen is daar op unieke wijze bezig (specifiek). Zelf vind ik het vrij belangrijk we de drie bedrijven niet benoemen als afwijkend of een ‘best practice’ maar als goed gerunde ondernemingen met een gezonde economische basis. Allen vertelden ze op 12 mei prachtige verhalen, geladen met ervaringskennis, vervuld van realiteit.

Op macroniveau worden waarnemingen op microniveau – in de vorm van data – geïnterpreteerd met generieke modellen, welke de bouwstenen leveren voor generiek beleid. Veel studie en debat op hoog niveau gaat vooraf aan de vaststelling van de normen. Het krachtige van macroniveau is dat je met “regels en pegels” gewenste veranderingen kunt bewerkstelligen in heel Europa of heel Nederland.

Mesoniveau

Op mesoniveau worden patronen waargenomen die generiek zijn, maar altijd in een specifieke context geïnterpreteerd moeten worden. In bovenstaand schema zijn deze benoemd als gidsprincipes. Ze bieden houvast, maar leiden niet voorspelbaar tot succes. In wisselwerking met betrokkenen komen ze tot leven. Voor landbouw – de gewenste klinglooplandbouw – resulteren de gidsprincipes in een lokale strategie. Deze wordt gevormd door én geeft richting aan praktijken op microniveau, in de echte wereld. De lokale strategie bundelt gemeentelijk, provinciaal, nationaal en Europees beleid. Deze kan landen in omgevingsvisie en omgevingsplan, de twee voertuigen van de Omgevingswet.

Op basis van ons veldbezoek op 12 mei, de dialogen in weiland en zelfoogsttuin en rond koffie, appelgebak, oranjekoek en heerlijke landbouwproducten, kom ik tot vijf gidsprincipes:

  1. Neem de boerenwijsheid als vertrekpunt;
  2. Streef naar korte kleine kringlopen;
  3. Een gezonde bodem vormt de basis;
  4. Zorg voor diversiteit;
  5. Maak een verbinding met het sociale domein.

Neem de boerenwijsheid als vertrekpunt (1)

Ik zie het regelmatig: overheden die vertellen hoe boeren moeten gaan boeren, als badmeesters die vissen leren zwemmen. Wij moeten niet vertellen hoe boeren moeten veranderen, maar hoe we veranderingen – innovaties – kunnen baseren op de kennis die boeren hebben. Hun wijsheid is het vertrekpunt.  “De opleiding tot boer duurt langer dan die van een chirurg,” vertelde mij iemand die bij het NAJK zat. Boeren hebben veel ervaringskennis – tacit knowledge – en die is nodig om nieuwe wegen te verkennen.

Ik ken geen kwaadwillende agrariërs die bewust de bodem willen uitputten, grutto’s willen verjagen en grote hoeveelheden fosfaat aan het oppervlaktewater willen toevoegen, ook al boeren ze op conventionele wijze. Ze willen vakman of vakvrouw zijn. Jaring Brunia zei dat krachtig: “je moet het goede doen op de juiste plek en het juiste moment en dat is iedere keer anders.” Daar zit de uitdaging van het vak. Boeren staan in continue wisselwerking met hun bedrijf en de leefomgeving. Ze zijn behoudend omdat ze geen uitweg zien. Ze voelen de banken in hun nek hijgen. De betrokken partijen houden elkaar in de houdgreep en als we echt vinden dat er iets moet veranderen, zullen we die houdgreep moeten doorbreken. Daar ligt een taak voor de overheden.

Michel Pauluis toont de zelfoogsttuin. Tjeerd de Groot luistert.

Streef naar korte kleine kringlopen (2)

Inhoudelijk gezien krijg je de snelste verandering (verbetering) als je de kringlopen klein en kort houdt. Kleine korte systemen hebben het vermogen effectief te adapteren. Dat zie je ook bij de ondernemers die we 12 mei hebben bezocht. Ze hebben direct contact met hun klanten. Er zitten weinig schakels tussen. Ze vormen netwerken op lokaal niveau, zoals de Streekboer. Zo wordt ook internet benut. Ze voeren geen grondstoffen aan uit andere werelddelen. Ook bouwen ze slack op (speelruimte). Daardoor blijft het mogelijk te reageren op (onverwachte) gebeurtenissen. Ze putten hun producten niet uit. Korte kleine kringlopen passen zich aan, lange grote kringlopen graven zich in, vooral als gevolg van de doorwerking van macht.

Wat ik mooi vind is dat snelheid geen doel is bij de drie ondernemers. Ze bouwen bewust traagheid in door te bekijken hoe iets gaat, te reflecteren, stappen te zetten en proberen te begrijpen waar iets wel of niet werkt. Daarmee boeken ze vooruitgang én kunnen ze ontsnappen aan de turbostress van huidige economie. Ze hoeven niet snel te gaan… en gaan daardoor snel. Dat is de kracht van een korte kleine kringloop, waar je redelijkerwijs zelf kunt bepalen hoe je leeft, in plaats van dat je geleefd wordt. De ondernemers hebben weinig vrije tijd, maar veel vrijheid. Met Fries accent uitgesproken: ze hebben heel veel fraaie tijd.

Een gezonde bodem vorm de basis (3)

Het is een paar keer ingebracht op 12 mei, onder ander door Marleen van der Meulen: de basis wordt gevormd door een gezonde bodem. We hebben het gezien in het weiland van Jaring Brunia en ook in de zelfpluktuin van Michel Pauluis. Als de bodemstructuur rijk is, krijg je een hogere opbrengst en kun je ziekten voorkomen. Kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen zijn dan niet meer nodig, wat een enorme kostenbesparing met zich meebrengt. Ik kan me nog het verhaal herinneren dat is verteld op TerrAgenda 2008, door prof. Willy Verstraete. In een gezonde bodem zijn circa 10.000 verschillende soorten bacteriën actief en die bacteriën werken samen. Dat heet het microbiome. Is het microbiome op orde, dan is de bodem gezond en “geeft deze.” Heb je slechts de helft van de soorten, dan functioneert de bodem niet voor 50%, maar vrijwel geheel niet. De hersteltijden van het microbiome kunnen lang zijn. De bodem vraagt nadrukkelijk om aandacht. Mens en bodem hebben een innige relatie.

Dia uit presentatie van prof. Willy Verstraete tijdens TerrAgenda 2008.

Zorg voor diversiteit (4)

Velen denken bij diversiteit mogelijk aan biodiversiteit en dat is zeker logisch. Correct ook. Toch bedoel ik hier iets anders. Ook qua benaderingen van goede landbouw is het van belang diversiteit te hebben. Er zijn vele goede verhalen en het is van belang deze te kennen en niet één verhaal als dé waarheid aan te hangen. Op 12 mei stelde iemand de vraag van: “hoe doe je het nu in Tokyo?” Tokyo is iets omvangrijker dan Raerd. Extensivering is lastig als je een regio hebt met ruim twintig miljoen mensen en weinig ruimte. Dan komen ook ontwikkelingen in beeld als verticale landbouw, waarbij het gaat over extreme intensivering: de productie van hoogwaardige producten op een bedrijventerrein.

Het bijzondere is dat verschillende schijnbaar tegengestelde ontwikkelingen elkaar kunnen versterken. Dit speelt heel concreet in Zutphen, zo bleek uit een gesprek met een bestuurder en twee medewerkers van waterschap Rijn en IJssel. Veel Zutphenaren willen gezonde voedselproducten uit de eigen regio. Er zijn talrijke winkeltjes in de cultuurhistorische binnenstad waar je deze kunt kopen. Daarnaast zijn er ambities voor de energietransitie en de ontwikkeling van cleantech producten, waarbij onder andere afvalwater wordt gezien als bron voor grondstoffen. Dat is allemaal erg technologisch. Je kunt  op het bedrijventerrein De Mars achter het station leegstaande gebouwen inrichten voor verticale landbouw. Deze intensivering resulteert dan in extra ruimte voor extensivering in de Berkelvallei.

In brede zin gaat het bij diversiteit om ons vermogen te denken in termen van “en … en” in plaats van “of … of.” Complexe processen zijn paradoxaal van aard en het is de kunst de takken van de paradox naast elkaar te laten bestaan om elkaar op spanning te zetten. Zo ontstaat een diversiteit die de economische kwetsbaarheid doet afnemen. Gezonde complexe systemen zijn antifragiel, wat betekent dat ze sterker worden als ze worden verstoord. Dat geldt voor de bodem, de natuur, een gemeenschap en de economie. Mijn gevoel zegt dat je alleen door te diversifiëren de gewenste verandering richting kringlooplandbouw kunt faciliteren. Dat geldt ook voor de regelgeving. Door de bedrijven als die van Jaring Brunia, Michel Pauluis en Buurvrouw Durkje niet op één hoop te gooien met andere grondgebonden landbouw, kun je ontsnappen aan een grijs gemiddelde waar iedereen net niet gelukkig mee is en alles wat bijzonder en uniek is oplost in de grote massa.

Maak een verbinding met het sociale domein (5)

De drie bedrijven zijn opgezet vanuit het principe van de menselijke maat, op basis van vraag, aanbod, kwaliteit en gezondheid. Dat biedt werkgelegenheidskansen voor mensen die zich niet thuis voelen in hoogtechnologische bedrijven met veel flikkerende lampjes, computers en dieren die tot nummers zijn gereduceerd. In Fryslân hebben we relatief veel mensen die laaggeletterd zijn en laag opgeleid. Zij komen moeilijk aan de bak. Er zijn weliswaar in het MKB in Fryslân vele vacatures, maar deze zijn vooral voor goed opgeleide mensen in de techniek. Er is dus sprake van een mismatch tussen vraag en aanbod. Juist als we meer kleinschalige bedrijven krijgen in onze regio met oog voor mens, dier en natuur ontstaan er goede mogelijkheden werkgelegenheid en werkplezier te vergroten. Er komt dan een betere match.

Buurvrouw Durkje toont waar de lekkere karnemelk gemaakt wordt.

Micro, meso en macro

Er zijn vele gidsprincipes te bedenken. Het punt is dat je deze moet vullen met ervaringen uit de echte wereld, waar mensen doén in plaats van – zoals wij politici – praten over doen. Buurvouw Durkje bood aan haar verhaal te komen vertellen in Den Haag. Dat is erg waardevol. Verhalen worden geloofd als ze worden verteld vanuit de ervaringswereld. Dan is het geen concept meer waar je tegen kunt zijn, maar een niet te omzeilen realiteit. Ze vertelde: “als je alle goede ervaringsverhalen bij elkaar brengt, kun je samen stijgen tot grote hoogte.” Geweldig. Dat is wellicht dé manier om iets te bewerkstelligen in een politieke arena die steeds meer op data en lege feiten leunt dan op de ervaringen van mensen en daardoor gaten laat vallen die in toenemende mate gevuld worden met blabla van populisten. Laat zien dat politiek en werkelijkheid samen kunnen gaan en elkaar verstaan.

En de tegenprestatie? Die is weergegeven in de figuur met drie niveaus als rode tweerichtingspijl. Als we de gidsprincipes tot leven brengen in de praktijk en op degelijke wijze zorgdragen voor verankering in omgevingsvisies en omgevingsplannen – overeenkomstig de Omgevingswet – dan kan het niet anders of er ontstaan enorme clashes met de generieke regelgeving. Als overheden zullen we gezamenlijk de grootste onpasselijkheden moeten signaleren, om mensen die het goede nastreven te beschermen tegen de onredelijkheid en onbillijkheid van sommige normen.

Dearsum

Tot slot een verhaaltje uit ons familiealbum. Ik moest eraan denken toen ik op 12 mei – als leek – kon ervaren dat koeien gelukkig kunnen zijn en dat tonen. Het is een oud verhaal en betreft een oom van mijn Beppe. Of een neef. Zijn naam weet ik niet meer. Hij was 92 jaar en woonde op een boerderijtje nabij Dearsum, niet ver van Raerd verwijderd. Hij had twee stokoude koeien en wat kleinvee. Na uitvoerige dialoog met zijn kinderen was hij overgehaald te verhuizen naar een rusthuis, zoals dat toen heette. Daar zou goed voor hem worden gezorgd.

Twee mannen van het abattoir kwamen de koeien halen, met een kleine vrachtwagen. De afscheidsscène was dramatisch. De koeien waren voor de oude man veel meer dan vee. Ze waren dierbare vriendinnen. Ze hadden lief en leed gedeeld. Elke dag was hij lange tijd bij hen in de stal en sprak hen toe. Zij verstonden hem. Het kostte hem veel moeite afstand te doen. De twee koeien werden in het vrachtwagentje gedouwd en weg reed de auto, richting abattoir. Hij keek toe, totdat de wagen uit beeld was verdwenen, en bleef staren in een besef dat waarden langzaam oplosten in een feitelijkheid die hij moeizaam kon ontkennen. Zijn kinderen gunden hem de tijd. Het was een onomkeerbaar proces, zo leek het. Toch was het afscheid van korte duur. De koeien achterin de vrachtwagen op weg naar Drachten begonnen te huilen. Echt huilen. En als koeien huilen, huilen ze als mensen, zo vertelden de twee stoere mannen nadien. Het ging bij hen door merg en been. Op een boerenerf draaiden ze en reden terug naar Dearsum.

Waarom vertel ik dit verhaal? Om te eindigen op de schaal van het miniscule onvoorstelbaar grote. Juist op microschaal voltrekken zich de boeiendste verhalen. Het lijkt wel of ze zich aan de grote structuren onttrekken, maar in werkelijkheid zijn ze er volop mee verbonden. Als we afleren ons te verwonderen op wat zich afspeelt in de hoeken en gaten van onze samenleving en alles plaatsen in het kader van het berekenbare en controleerbare, sluiten we uit wat er echt toe doet en zullen we nooit in staat blijken iets echt en oprecht te veranderen.

Vandaar het belang van verrukkelijke karnemelk.

Govert
Govert
Geboren in Leeuwarden op 8 juni 1958. Opleiding: TU Delft Civiele Techniek en promotie aan Universiteit Twente. Onderwerp: "Omgaan met complexiteit bij integraal waterbeheer." Op 1 juni 2007 heeft hij een eigen bureau opgericht: Geldof c.s. B.V., gevestigd in Tzum. Vanaf voorjaar 2015 is hij raadslid in de gemeente Franekeradeel en op 12 september 2017 is hij gekozen als lijsttrekker van SAM Waadhoeke. Hij zet zich o.a. in voor waardering en versterking van (nieuw) vakmanschap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *