Semprini
28/11/2019
Show all

Symbiose maakt het verschil

In de neoliberale benadering worden mensen geobkectiveerd.

In mijn tijd als raadslid heb ik veel nagedacht over politiek. Hoe kan het ook anders? En waar ik mij vooral mee bezighield was: het verschil tussen sociaalliberalisme en neoliberalisme. Mijn conclusie is: deze twee stromingen staan haaks op elkaar, ook al lijkt het dat ze zich allebei richten op de vrijheid van het individu. Het begrip ‘symbiose’ markeert in mijn ogen het verschil: symbiose is de ‘vijand’ van het neoliberale, maar juist de ‘vriend’ van het sociaalliberale gedachtegoed.

Ik neem in dit blog een beetje aparte route. Veel verhalen over het liberale denken beginnen bij filosofen als David Hume, John Locke, Friedrich Hayek en Ludwig von Mises. Mijn verhaal begint met Henri Bergson (1859 – 1941) en Hubert Dreyfus (1929 -2017). Uiteraard ga ik in deze blog kort door de bocht, dus wie er met mij verder over wil praten, nodig ik daartoe van harte uit.

Ervaring en tijd

Voor de Tweede Wereldoorlog was Henri Bergson een beroemdheid. Zijn lezingen werden zo goed bezocht, dat hij de eerste filevorming met automobielen veroorzaakte in het begin van de 20e eeuw. Bergson kan worden gezien als de man die het begrip ‘tijd’ nieuw leven ingeblazen heeft. Dat boeit mij mateloos, mede omdat zijn invulling van ‘durée’ recht doet aan de complexiteit van onze samenleving. Hij stelt dat we als mensen (individuen) ervaring opbouwen. Als we waarnemingen doen met onze zintuigen, confronteren we deze met onze ervaring. Dit verrijkt onze ervaring én ons handelen op basis van die ervaring. Als ik voor het eerst een boom zie en iemand vertelt mij dat zo’n ding een boom heet, sla ik dat op. Als ik voor de tweede keer een boom gewaarword, confronteer ik die waarneming met mijn reeds aanwezige ervaring. Hoe meer bomen ik gezien heb, moe meer details en verschillen ik kan benoemen. Mijn korrel van waarneming verfijnt zich. Herkenbaar voor museumbezoekers. Als je voor het eerst een schilderij mag aanschouwen, denk je mogelijk: ‘goh, verf verspreid over een doekie.’ Een ervaren museumbezoeker onderscheidt goede en minder goede schilderijen, op basis van zijn of haar ervaring. Dat is subjectief.

Als mensen confronteren we waarnemingen met onze ervaring.

Nu het mooie. Bergson stelt dat als we ons door introspectie richten op onze eigen ervaringswereld, we een andere tijdservaring hebben dan als we ons richten op de buitenwereld. De eerste noemt hij durée, een continu geheel, de tweede de tijd van de klok. Als je leeft via durée is er sprake van vrije wil, stelt hij. Laat je jezelf regeren door de klok, dan is daar geen sprake meer van. Kortom: het begrip vrijheid is gekoppeld aan de mate waarin je handelt vanuit je eigen ervaringswereld. De durée maakt ieder mens uniek. Als we de vrijheid van mensen omarmen, is het dus ook van belang de ervaringskennis van mensen te waarderen.

Over vakmensen en objecten

Vervolgens Hubert Dreyfus. Dit is de man die ik op 11 november 2003 heb mogen ontmoeten in Londen (zie mijn boek, pagina 109). Hij bouwt voort op de filosofie van Martin Heidegger (1889 – 1976) en rekent af met het klassieke onderscheid tussen subject en object. Subject is de mens, object is een ding, bijvoorbeeld een koffiekopje. Wederom kort door de bocht: als mensen veel ervaring opbouwen, verdwijnt het verschil tussen subject en object. In de documentaire Being in the World, die gemaakt is over het gedachtegoed van o.a. Hubert Dreyfus, wordt een basgitarist getoond die opgaat in de muziek. Hij vormt als het ware een geheel met zijn instrument. Subject en object versmelten. De mens is daarmee niet meer iemand die de wereld van objecten observeert, maar is er een onderdeel van geworden. Hij of zij is geen toeschouwer, maar deelnemer.

We kunnen het begrip vakman of vakvrouw koppelen aan de mate van ervaringskennis. Hubert Dreyfus onderscheidt zelf vijf stadia in het ontwikkelingstraject van beginner tot vakmens (expert). Kortom: als we goed werk willen verrichten, spreken we onze ervaring aan en handelen we op basis van onze ervaringskennis, waardoor we vrij zijn en eerder durée ervaren dan de klok. Dat laatste kennen we allemaal: als je opgaat in wat je doet – of het nu werk is of iets anders – vergeet je de klok: “Shit! Is het alweer zo laat?” Ervaringskennis is wat in het Engels wordt aangeduid als tacit knowledge, vrij vertaald: stilzwijgende kennis. Je kunt deze slecht deels expliciet maken, laat staan objectiveren.

In de neoliberale benadering worden mensen geobjectiveerd.

Symbiose

Nu de stap naar symbiose. We kennen het begrip uit de biologie: soorten die samenleven en afhankelijk zijn van elkaar. We benoemen het ook als 1 + 1 = 3 (het geheel is meer dan de som der delen). De beeldend kunstenaar Louis Le Roy drukt het prachtig uit. Bij het begrip symbiose spreekt hij over “levensvoorwaardelijke verbindingen die niet verbroken mogen worden.” Daarbij heeft hij het zowel over onze relatie als mensen met de natuur als mensen onderling. Belangrijk begrip daarbij is het begrip synthese. Rob Zuijderhoudt spreekt over synthese als er bij een verbinding energie vrijkomt en blijft komen. Dat laatste is cruciaal. Het mooie is, ik heb de afgelopen 15 jaar samen met goede vrienden vele Werkplaatsen georganiseerd. Daarin brengen we ervaringskennis volwaardig in het spel. Deelnemers geven aan dat als ervaringskennis gaat stromen, zij dit ervaren als het stromen van energie.

Volgens mij is nu de cirkel rond. In een samenleving die zich richt op symbiose – in de relaties tussen mensen onderling en tussen mensen en de natuur – ontstaan levensvoorwaardelijke verbindingen waardoor mensen – dus ook politici – een onderdeel van de leefwereld worden. Als er sprake is van synthese in die verbindingen, bouwen mensen ervaring op en worden ze in staat gesteld hun ervaring volwaardig aan te spreken en in te brengen. Hierdoor zijn ze vrij en kunnen ze zich ontwikkelen tot vakmensen, althans mensen die op zoek gaan naar hun binnenwereld. Zo ontstaat wat de Mr. Hans van Mierlo Stichting duidt als vrijheid in verbondenheid. Sociale diversiteit is even belangrijk als biodiversiteit.

Neoliberalisme

Volgens mij kan niemand mooier uitleggen wat de kern van het neoliberalisme is dan George Monbiot. Hij legt – in mijn interpretatie – prachtig uit hoe het neoliberale zich afzet tegen symbiose. De individu moet zich bevrijden uit de relaties onderling en met de natuur, want dan is de persoon in kwestie pas vrij. Er zijn dan ook geen maatschappelijke vraagstukken, want onze afhankelijkheid van de natuur – en dus van ons klimaat – bestaat niet, en als ik faal is dat mijn eigen fout, of die van de ander (hullie en zullie), zonder verbinding te voelen met die ander. Je hebt alleen individuen en zolang we de vrije markt maar zijn werk laat doen, komt alles goed, want de markt organiseert haar eigen moraal. De overheid moet zich er zo weinig mogelijk mee bemoeien.

Volgens mij gaat het neoliberale systeem zover dat deze mensen niet alleen losweekt uit hun relaties, maar ook tot objecten bombardeert: consumenten. We krijgen voorspelbaar gedrag als mensen gelijk zijn en ze zich op gelijkwaardige wijze gedragen. Je ziet dan ook een sterke relatie ontstaan tussen het neoliberalisme en het Angelsaksische Management Model. We pakken alles wat los en vastzit in, in getallen en statistieken. Ook als het om bestuur en politiek gaat. We nemen geen actie als deze niet cijfermatig is onderbouwd. Alles wat onzeker is, benoemen we als risico. Gevolg: de mensen mogen niet meer te rade gaan bij hun eigen ervaring, maar moeten zich voegen naar wat op gekwantificeerde wijze becijferd is als het beste. Daarmee zijn ze dus niet vrij.

Sociaalliberalisme

In mijn ogen werkt het sociaalliberalisme juist in exact de andere richting. Juist door de verbondenheid is de mens vrij. Dat betekent:

  • Dat we ons richten op symbiose: het onderkennen van het de levensvoorwaarde verbindingen die niet verbroken mogen worden;
  • We ons als mensen (‘being in the world’) alleen op duurzame wijze kunnen handhaven als we onze relaties met de natuur versterken en in ons handelen de biodiversiteit vergroten.
  • We ons sociale systeem ontvouwen rond synergie, waarbij (praktijk)ervaring als kennisbron wordt gewaardeerd.

De natuur (met haar hulpbronnen) is geen verzameling objecten (‘assets’), maar vormt de wereld waar we deel van uitmaken. Als we deze vernietigen, vernietigen we dus een deel van onszelf. Datzelfde geldt voor de sociale relatie. In een synergetische verbinding verrijken we onze ervaring. Als we ons losweken – of los laten weken – van de mensen met wie we ervaringen delen, lossen we op als mens en verworden we tot kwantificeerbare objecten (consumenten). We proberen dan in de buitenwereld te vinden wat we intern zijn kwijtgeraakt.

Het bijzondere is dat dit streven niet op gespannen voet staat met vele religieuze opvattingen. Volgens Lactanius (250 – 320 na Chr.) is het begrip religio afgeleid van religare: het opnieuw binden, of het her-verbinden. Het gaat erom jezelf te verbinden met dat was wezenlijk is en dat hoeft niet beperkt te blijven tot het fysische. Dat benadert Henri Bergson ook. Juist door jezelf te richten op je eigen wereld van ervaringen – om zo de durée te ervaren – kom je ook in aanraking met het metafysische.

Praktijk

De grote moeilijkheid van de politiek in 2020 is dat we ons – vooral na de val van de Muur in 1989 – lange tijd hebben vereenzelvigd met het neoliberale gedachtegoed, tot diep in de sociaaleconomische haarvaten, en een ‘systeem’ in werking hebben gezet waar mensen de weg kwijt zijn geraakt en de effecten op klimaat en milieu desastreus zijn. Als we niet navigeren op onze eigen ervaringen, maar ons laten sturen door reclame, mooie facebook filmpjes en nepnieuws, verdwijnt de vastigheid onder onze voeten en vereenzamen we. Je kunt aan effectbestrijding doen – daar is de politiek goed in – maar beter is het in ons handelen op te schuiven richting symbiose. Waar moet je beginnen? Ik noem een paar punten:

  • Het zien van participatie als een proces rond de inbreng van ervaringskennis door de mensen die het aangaat (er een verbinding mee hebben). Dit is o.a. van belang bij de implementatie van de Omgevingswet;
  • Het organiseren van de zorg rond vakmanschap van hen die in de praktijk handelen, in plaats van op basis van controle en beheersing. Ik heb me laten vertellen dat de kosten voor het apparaat ter controle van huisartsen twee keer zo duur is als het apparaat van huisartsen zelf;
  • Het primair inzetten op energiecoöperaties bij de energietransitie, ook al levert dit niet direct de meeste Terajoules op. Er ontstaan wel veel meer verbindingen dan als er gigaparken worden aangelegd door hen die de energiemarkt vooral zien als interessante investeringsplaatjes;
  • Het duurzaamheidsvraagstuk niet alleen leggen op het bordje van de technologie. Het gaat ook om gedragsverandering. Kort door de bocht: iemand die boeiende tochten maakt door de eigen ervaringswereld, hoeft niet drie keer per jaar op vliegreis naar Ibiza. Zoals Lao Tse (6e eeuw voor Chr.) reeds aangaf: “De echte reiziger blijft op zijn plaats.”

Kennis

Als we de richting opgaan van symbiose, is er een belangrijke rol weggelegd voor de politiek, mede omdat langetermijn-waarden bewaakt moeten worden. Daarbij is aandacht voor kennis van groot belang. Ik ben van plan hier een aparte blog over schrijven. Voorlopig – ter afronding – het volgende hierover: het is, zoals eerder aangegeven in dit blog, van belang praktijkkennis (ervaringskennis) meer te waarderen. Juist de kennis van hen die met beide voeten in de klei staan, maakt voor de komende decennia het verschil. Nu worden praktijkmensen – en daarmee ook de bewoners die we betrekken bij participatieve processen – ondergewaardeerd. Als we praktijkkennis meer gaan waarderen, krijgt nepnieuws minder kans.

Ik zie nepnieuws als dé manier om mensen los te weken uit de gemeenschap. Daarmee is het wellicht dé ondermijner van onze democratie. In een symbiotische toestand proberen mensen gezamenlijk de waarheid te kennen, in de wetenschap dat ze deze nooit zullen vinden. Toch beleven we er veel plezier aan. Dat we ons kunnen veroorloven op zoek te gaan, dát is vrijheid.

Govert
Govert
Opleiding: TU Delft Civiele Techniek en promotie aan Universiteit Twente. Hij heeft eigen bureau: Geldof c.s., gevestigd in Tzum. In 2019 is zijn boek verschenen over "Complexiteit en de waarde van praktijkkennis" bij Uitgeverij Elikser.

3 Comments

  1. Willem Jan de Voogd van der Straaten schreef:

    Govert,
    je schrijft: “……. soorten die samenleven en afhankelijk zijn van elkaar. We benoemen het ook als 1 + 1 = 3.”
    Zou het niet meer “……. soorten die samenleven en afhankelijk zijn van elkaar. We benoemen het ook als 1+1=2-eenheid’ ?

    Dan blijft het “waar” ……….. maar een 2 – eenheid is ook waardevoller dan 2 (losse objecten).

    Of denk je daar anders over?

    Ben ook wel benieuwd over je blog over ” kennis , dit lijkt steeds meer ondergeschikt te worden en daarmee een zorgenkindje…….
    Kun je het mij mailen, zodat ik het niet mis.

    • Govert schreef:

      Dag Willem Jan, leuk om van je te horen. Ik ben het met je eens, de 3 is overbodig. Mensen schrijven 1+1=3 om te duiden dat het geheel meer is dan de som der delen. In de complexiteitswetenschap duiden we dat als emergent: het geheel kan niet worden begrepen door uitsluitend naar het gedrag van de onderliggende componenten te kijken. Wat betreft kennis: die blog maak ik binnenkort. We zijn nu ook met het KIVI bezig een “Manifest over praktijkkennis” te verspreiden. Overigens, in mijn boek (Complexiteit en de waarde van praktijkkennis) besteed ik er volop aandacht aan. Mijn stelling is: hoe complexer een vraagstuk is, hoe dichter je op de praktijk moet zitten. Echter, je ziet precies het tegenovergestelde gebeuren.

  2. Arjen Grent schreef:

    Hele mooie blog. Alle herkenbare losse facetten mooi met elkaar in verband gebracht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *